Slangen aansluiten

Aanwijzing: De stromingsrichting van het water door het pomphuis is te zien aan de pijl op het huis en op de draaggreep (2).

U hebt voor de pomp twee gangbare slangen met draadmoer G 3/4" en een minimale diameter van 19 mm nodig.

Voor de zuigzijde (slangaansluiting op de toevoer (14)) is een versterkte slang nodig, om ervoor te zorgen dat de pomp correct werkt. Voor een optimale prestatie van de pomp moet deze slang zo kort mogelijk zijn.

Aanwijzing: Leg altijd een platte afdichtingsring tussen slangaansluiting van de pomp en de slang. De schroefdraden op de pomp zijn niet zelfdichtend, zonder platte afdichtingsring kan water met hoge druk naar buiten komen.
Gebruik uitsluitend afdichtingsringen met de juiste diameter om een verlaging van de pompcapaciteit te voorkomen.

Schroef telkens een slang handvast op de slangaansluiting van de toevoer (14) en op de slangaansluiting van de uitloop (1).

Als een slang er moeilijk op kan worden geschroefd, controleer dan of de slang de juiste aansluitschroefdraad heeft en of de slang er recht is opgeschroefd. Niet goed passende slangen en schuin erop schroeven kunnen de schroefdraad op de pomp beschadigen.

Om ervoor te zorgen dat de pomp met de volledige pompcapaciteit kan werken, mag de diameter van de slangen niet worden verkleind. Gebruik daarom geen dunnere slangen en geen snelkoppelingen. Let erop dat de slangen niet geknikt of platgedrukt worden.